Wrijven helpt wél

Nu in het bedrijfsleven de ene reorganisatie op de andere volgt, nemen de werkdruk en stress op de werkvloer steeds verder toe. Ideale omstandigheden voor de negenhonderd erkende stoelmasseurs in Nederland, zou je zeggen. Probleem is alleen dat werkgevers uitgerekend nu met pijn en moeite investeren in de gezondheid van hun personeel. De masseurs willen daarom aantonen dat zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het drukken van het ziekteverzuim.
Door John Huijs

TEGELEN Dertig was Norma Prikanowski uit Tegelen toen zij in toenemende mate last kreeg van pijn in haar nek, duizeligheid en gebrek aan energie. Als ze thuis kwam van het bedrijf waar ze op de administratie werkte, zakte ze als een plumpudding in elkaar op de bank. Zowel thuis als bij haar werkgever stapelde het werk zich op, maar omdat er niks aan haar te zien was durfde ze zich niet ziek te melden. Totdat haar lichaam zei ‘tot hier en niet verder’ en Norma uiteindelijk met burn out-klachten in de wao belandde.
Haar eigen wilskracht én de stoelmassage van de erkende TouchPro® Europe methode hebben de inmiddels 36-jarige Tegelse er langzaam maar zeker weer bovenop geholpen. Norma en haar man Frank Prikanowski zijn zo onder de indruk van de massagetechniek op basis van Japanse drukpuntmassage en acupressuurtechnieken dat ze er intussen zelf een opleiding in hebben gevolgd om andere werknemers met spanningsklachten op de werkplek te helpen.
Hun bedrijf Ashana bestaat inmiddels twee jaar, maar er melden zich niet dagelijks nieuwe bedrijven als klant aan, zodat de Prikanowski’s noodgedwongen nog parttime voor een baas werken.
Norma: „Bedrijven zijn gewend pas te gaan betalen op het moment dat een werknemer ziek is. Maar juist nu de werkdruk in veel bedrijven toeneemt, kunnen bedrijven winst boeken door te investeren in het voorkomen dat mensen ziek worden. Probleem is alleen dat ik dat laatste niet kan aantonen. Het enige wat ik kan doen is verwijzen naar de ervaringen in de bedrijven waarvoor ik nu werk, maar daarmee houdt het op.”

Directeur Rob’n Cappel van het in Rotterdam gevestigde TouchPro® Europe ziet dat handicap ook. Zij is daarom blij dat bestuurslid Joy Fang van de beroepsvereniging van TouchPro® Europe stoelmasseurs het initiatief heeft genomen voor een onderzoek naar de effecten van de massage. Uit een pilotonderzoek dat zij deed bij een overheidsinstelling die onder Justitie valt, bleek dat het spanningsniveau bij 87,5 procent van de gemasseerde werknemers afnam. 79,9 procent gaf aan dat hun helderheid van geest na de massage verbeterde.
Bij het ministerie van justitie hielp stoelmassage het ziekteverzuim flink te laten dalen. Op sommige afdelingen liep het verzuimpercentage binnen één jaar terug van 20,56 procent tot 5,82 procent.
Joy Fang: „Dit zijn willekeurige voorbeelden van de effecten van de stoelmassage op het welbevinden van werknemers. Die kunnen we daarom niet gebruiken om bedrijven te overtuigen van het nut van deze massage. Het grootschalige onderzoek waarmee we binnenkort beginnen moet representatieve resultaten opleveren waarmee we wel de boer op kunnen. Misschien zijn die iets minder spectaculair dan de cijfers die we nu hebben, maar ook in dat geval denk ik dat zeker bedrijven met een hoog ziekteverzuim er gevoelig voor zullen zijn.”
Volgens Rob’n Cappel kost het vooral sinds de recessie moeite om nieuwe klanten te werven, maar van de bedrijven waar al een stoelmasseur actief was is die maar in enkele gevallen wegbezuinigd. „We zien juist dat bij die bedrijven steeds meer mensen een beroep doen op de stoelmasseur. Kennelijk neemt de werkdruk en daarmee de behoefte aan een kwartiertje ontspanning toe. Gelukkig zijn veel bedrijven zich daar van bewust en besluiten ze de stoelmasseur niet de laan uit te sturen bij de eerste de beste reorganisatie.”

Norma Prikanowski heeft de ervaring dat de door de arbo-dienst erkende stoelmassage veel meer doet dan ontspannen en de bloedcirculatie bevorderen. „Ik ben geen arts of psycholoog, maar in de vijftien, twintig minuten die ik werknemers in de stoel heb, merk ik wel dat ze het erg waarderen als hun werkgever iets over heeft voor hun welzijn. Een werknemer die dat gevoel heeft, is ook eerder bereid iets terug te doen voor het bedrijf als de situatie daar om vraagt.”

Bron: De Limburger 14 november 2003